Grafheuvelreeks Epe Niersen

Nieuw onderzoek naar de astronomische betekenis

Door C. van Baarle

Prehistorische astronomie op de Veluwe

In het boekje; Vaassen, een cultuurhistorische wandeling, lezen wij dat sommige wetenschappers menen dat de oriëntatie van grafheuvels te maken heeft met de stand van de maan of zon.

In dit artikel wordt de hypothese rond de astronomische betekenis van de grafheuvellijn Epe Niersen onder de loep gebracht. Het doel van deze publicatie is om via onderzoek tot inzicht te komen tot inzicht in de betekenis en het ontstaan van deze opmerkelijke cultuurhistorische lijn in het landschap.    

Prehistorische boeren keken naar de hemel voor onderzoek. De archeologie gelooft dat de prehistorische landbouwers zichtlijnen uitzetten naar de zon en maan in hun grafmonumenten in de periode van de Midden- en Late Steentijd.

Tal van stenen en aarden (graf)monumenten in West en Zuid- oost Europa zijn in hun structuur georiënteerd op de extreme zon- en of maanstanden aan de horizon.

Bekende monumenten met een astronomische betekenis zijn de ganggraven bij Newgrange en de imposante steencirkel Stonehenge.

Ook in Nederland zijn dergelijke astronomische oriëntaties bij onze Hunebedden zeer waarschijnlijk. Bij de oudste graven op de Veluwe vinden wij een oriëntatie gericht op de zon- of maanstand.

De mensen van de Enkelgraf cultuur begroeven hun doden in oost westelijke richting in hurkhouding met het gelaat naar het zuiden. Kort om, in de Late Steentijd keken de boeren naar de hemel voor onderzoek.

Een complex onderzoek

Het onderzoek van de grafheuvelreeks Epe Niersen, weergegeven in het boek Handel en wandel op de Veluwe, had als uitkomst de nauwe verwevenheid tussen de inrichting van het landschap, religie en voorouderverering, mondelinge overleveringen en territoriale aanspraken.

De hypothese rond de oriëntatie van twee grafheuvelreeksen richt zich op de maan- en de zonsondergang in september.

Het onderzoek naar de astronomische betekenis is een theoretische en moeilijke weg.  

Om tot een uitspraak rond de oriëntatie van de grafheuvelreeks te komen is het van eerste belang de locatie van alle (verdwenen) monumenten  nauwkeurig vast te leggen in een coördinaten register.

Vervolgens  moet uit een nauwkeurige datering van de grafheuvels blijken wanneer en welke het eerste zijn aangelegd.

Eén van de moeilijkheden bij het dateren, via de koolstof-14-dateringsmethode, is dat deze slechts beperkt hulp kan bieden bij het herkennen van de verschillende tijdstippen, van het gebruik van de grafheuvel.

Nadat de locatie van de oudste grafheuvels bekend is geworden, kan de richting vastgesteld worden.

Via een rekenprogamma worden, na invoering van coördinaten, de hoogtes van begin- en eindpunt, het jaar van de prehistorische waarneming, posities van zon of maan aan de horizon per tijdseenheid berekend.

We krijgen dan een theoretische weergave van de posities van de zon of maan aan de horizon in een bepaalde tijd.

Al met al is het moeilijk om  aan te tonen dat de grafheuvelreeks Epe Niersen een duidelijke astronomische betekenis zou kunnen hebben gehad.

Desondanks mogen wij niet uitsluiten dat de oriëntatie van de oudste graven in deze reeks gericht zijn op een heel speciale volle maan!

De locatie van de oudste grafheuvels

De grafheuvelreeks bestaat uit minstens 45 grafheuvels, waarvan 16 verdwenen.

Van 5 grafheuvels is de ligging niet exact bekend.  

Tussen 1908 en 1972 is ongeveer de helft van de grafheuvelreeks onderzocht. Vanaf 2008 vond er een hernieuwd onderzoek plaats. 

Zes grafheuvels kunnen nu globaal in de eerste fase van het Laat Neolithicum worden gedateerd. Dit is tussen de 2600 en 2500 BC.

Van twee oude grafheuvels kon de locatie niet vastgelegd worden (308 en 309).

Van één grafheuvel kon later de locatie nauwkeurig vastgesteld worden (308).

Met behulp van aantekeningen en een oude luchtfoto kon deze gereconstrueerd worden. 

Hiermee is bewezen dat in ieder geval vier grafheuvels in één lijn zijn gelegen.  

Eén lijn van 220.33 deg.

De Oogst Maan

Prehistorische boeren keken naar de hemel voor onderzoek. In de tijd zonder klok keken de boeren naar de maan om zo een besef te hebben van de tijd. Elke maanfase had een naam. Begrippen als nieuwe maan zijn tegenwoordig in de vergetelheid gekomen.

Een heel speciale Volle Maan is de Oogst Maan, deze speelde bij de prehistorische landbouwers een belangrijke rol.

Het tijdstip waarop de maan opkomt is elke dag anders. In maart is het verschil groter dan rond de herfstequinox. De herfstequinox is het tijdstip waarbij de zon loodrecht boven de evenaar staat. De dag duurt even lang als de nacht. Dit is het moment van de seizoenswisseling. Tijdens de seizoenswisseling van 23 september 2006 komt de zon in het oosten op bij 90 graden en gaat hij in het westen onder, bij 270 graden.  Het dag tot dag verschil van de maanopkomst is op onze breedte graad, 7 tot 15 minuten. Een effect dat waarneembaar wordt naarmate men naar het noorden gaat.  

Dank zij dit kleine verschil per dag, komt de maan tijdens een Oogst Maan, gedurende een aantal dagen, rond zonsondergang op.

De uren van het daglicht in de herfst zijn aan het verminderen van dag tot dag. Juist in deze periode blijft het langer licht, doordat de Volle Maan opkomt bij het tijdstip van de zonsondergang.  

Juist nu de uren van het daglicht in de herfst van dag tot dag aan het verminderen zijn, maakten

de prehistorische boeren gebruik van de extra lange periode van licht tijdens de Oogst Maan. Gewassen, als tarwe en gerst, konden nu geoogst worden. De tijd voor de prehistorische boer was kostbaar aan het einde van de zomer.

De periode van extra licht, veroorzaakt door de Volle Maan dicht bij de herfstequinox, geeft de Oogst Maan  zijn naam.

De Maan cyclus van 18,6 jaar

De maan is in 2006 op een hoogtepunt in zijn 18,6 jaar cyclus (18.6121435 jaar). Hierbij schommelt de maan ongeveer 28,5 graden noorden tot 28,5 graden ten zuiden van de evenaar. Deze piek accentueert het Oogstmaan effect.

Om dit effect van de maan, bij de aanleg van de grafheuvelreeks Epe Niersen, te observeren, moeten wij 245 maal de cyclus van 18,6 jaar terug rekenen. Het is dan ongeveer oktober 2555 BC.

De maan heeft op 28 oktober 2555 BC zijn uiterste zuidelijke positie aan de horizon bereikt. De maan is dan in zijn eerste kwartier. Vervolgens is het Volle Maan van 6 september tot en met 11 september. Het is dan Oogst Maan. De Oogst Maan komt dan gedurende een hele week elke dag bij de ondergaande zon op.

De Volle Maan en de grafheuvelreeks Epe Niersen

De oudste bekende grafheuvels in de reeks dateren tussen de 2600 en 2500 BC.

Vier grafheuvels, zeer waarschijnlijk vijf zijn in één lijn gelegen. 

Dit is een lijn van 220 graden.

Bij het begin van de Oogst Maan op 6 september 2555 BC, daalt de Volle Maan aan de horizon op 220 graden. Wanneer de dateringen en berekeningen zonder fouten zijn gelanceerd, kunnen wij opperen dat de grafheuvelreeks Epe Niersen mogelijk georiënteerd is op de Oogst Maan.

Dit is de Volle Maan in september na de uiterste maanpositie aan de zuidelijke horizon.

Literatuur

Baarle, C. van., 2009,Handel en Wandel op de Veluwe, Tussen prehistorie en historie, BDG Zwolle.

Meeus, J., More mathematical astronomy morsels, Wilmann-Bell, Richmond.

Reijs, V., http://www.iol.ie/~geniet/eng/moonfluct.htm#standstill

Schilling, G., 1994: Gezichten van de maan- feiten, fabels en fascinatie, Aramith, Bloemendaal.

Simons, V., 2012, Vaassen, Een cultuurhistorische wandeling, Stichting Matrrijs, Utrecht.

Met dank aan Victor Reijs.