De grafheuvelreeks Epe Niersen 2

Door C. van Baarle

Grafheuvel

Op de Veluwe zijn ruim duizend grafheuvels gevonden welke dateren van af 3000 v Chr. tot het jaar 0. Deze grafmonumenten kenmerken zich als heuvels, die sterk variëren in vorm en omvang.

Een grafheuvel is de plaats waar de stoffelijke resten van een dode werd begraven en vervolgens afgedekt met plaggen uit de omgeving.

De dode lag met opgetrokken knieën op de zij in een kuil.

Met de doden werden ook grafgiften meegegeven.  De grafgiften en de ligging van de dode duiden op de positie van de overledene in de samenleving. 

De begraving geschiedde volgens een vastliggend ritueel. Er was een vaste set aan bijgiften en er was een bepaalde wijze van begraven van een man of een vrouw. De bijgiften bestond uit één of meer bekers, een bijl, een bijlhamer, een vuurstenen mes en soms sieraden.

Een aantal grafheuvels uit deze periode worden gekenmerkt door de aanleg van randstructuren. Dit zijn palen en of ringsloten. Met deze randstructuren werden de grafheuvels in het terrein gemarkeerd en begrensd.

Prehistorische wegen

Opmerkelijk is de ligging van grafheuvels ten opzichte van elkaar en ten opzichte van het landschap.

Vele grafheuvels liggen in groepen  en andere in een lijnvormige patronen. Ook zijn er aanwijzingen  dat grafheuvels niet alleen bij nederzettingen gesitueerd zijn.

Een reeks van 37 grafheuvels over een lengte van zes kilometer bij Epe vormen samen één opvallend fenomeen in het landschap.

Onderzoek toont aan dat wij hier te maken hebben met graven langs eeuwen oude wegen.

Boeren van de Late Steentijd tot en met de IJzertijd begroeven hun doden volgens traditie langs wegen van de eerste landbouwers op de Veluwe.

De eerste landbouwers op de Veluwe gebruikte aardewerk dat overeenkomt met het aardewerk gevonden in de Drentse hunnenbedden.

Gezien het oudste aardewerk gevonden op de Veluwe waren de eerste boeren nauw verwant aan de hunnenbed bouwers in Drenthe.

De situering van de grafheuvels op de Veluwe wijst op een netwerk van wegen die samen komen en vervolgens een verbinding vormen met de bewoning van Trechterbekercultuur in Drenthe.

Grafheuvels op een rei vormen niet alleen een aanwijzing op een begraving langs prehistorische wegen.  Bij de oudste graven in West Europa  is aangetoond dat bepaalde graven en wegen georiënteerd zijn op zon en maan standen. Graforiëntatie in de Steentijd heeft ondermeer te maken met de plaats die men gaf aan het dodenrijk.

Bijzonder is dat grafheuvellijn bij Epe mogelijk georiënteerd is op de Volle Maan in zijn uiterste zuidelijke positie.

TBK = Trechterbekercultuur

KBK=  Klokbekercultuur