EEN LEGENDARISCHE REI KEIEN OP DE VELUWE

Door Cor van Baarle

Het is anderhalve eeuw geleden dat het verhaal van een gepensioneerde militairbij de bevolking grote opschudding veroorzaakte.De plaatselijke bevolking die al vele generaties het gebied van de Veluwe benutte voor het weiden van schapen hoorde nu dat er mysterieuze structuur lag in een gebied waar je als buitenstaander makkelijk kon verdwalen.  Zijn ontdekking deed hij tijdens een wandeling op de Noord Veluwe. In een uitgestrekt stuifzandgebied zag Haasloop Werner dat zeven grote keien op één lijn lagen met de kerktoren van Nunspeet aan het einde.

Haasloop Werner publiceerde zijn bevindingen en theorieën in de Gelderse Volksalmanak van 1844. In deze publicatie gaf Haasloop Werner zijn wandeling in de ongerepte natuur weer. Hij beschreef uitgebreid over zijn ontdekking van een mysterieuze wetmatige structuurvan grote keien in het woeste landschap van de 19e eeuw.  

In de 19e eeuw was onder de plaatselijke bevolking een oude overlevering bekend met betrekking tot deze keien.Volgens deze overlevering zijn de grote keien willekeurig in het stuifzand terechtgekomen door het werk van reuzen uit het verre verleden.Tijdens een zandophoging op de grens tussen twee bevolkingsgroepen werden bij de grondwerkzaamheden,lang geleden grote keien opgegraven. De uitgegraven keien werden uit verveling,door de reuzen van uit het zuiden naar het land van de buren in het noorden gegooid. Deze keien belandden willekeurig in het stuifzandgebied aan de voet van de ophoging.

De publicatie van Haasloop Werner bracht een nieuw licht in deze oude historie. Hij was een romanticus uit de 19e eeuw en bracht het mysterieuze in de ongerepte natuur naar voren.

Zijn spraakmakende verhaal over de wandeling langs de Woldbergen op de Noord Veluwe was een uiting van het beleven van de natuur en het daarin ontdekken en analyseren van wetmatigheden. Hij vermoedde dat de grote keien in één lijn geplaatst waren door een bevolking uit het verre verleden. Mogelijk gaven degrote keien een oude grens weer tussen twee oude bevolkingsgroepen. De grootste steen werd door hem gezien als mogelijke offertafel.

Regelmatig duikt het mysterieuze verhaal uit de 19e eeuw weer op, soms sterk overtrokken, de keien worden dan groter dan in de beschrijving van Haasloop Werner. Het spraakmakende verhaal is het geleidelijk  in de doofpot verdwenen.De reuzen, maar ook de grote keien zijn inmiddels voorgoedverdwenen. Het landschap is veranderd. De heide en het stuifzand zijnruim een eeuw geledenontgonnen en grotendeels beplant met dennen. Eendrukke spoorlijn en een snelwegliggen nu over de eens verlaten locatie van de legendarische keienlijn van Haasloop Werner.

Als onderofficier kon Haasloop Wernerzich in het uitgestrekte heide en stuifzandgebiedgoed oriënteren. Voor zijn oriëntatie maakte hij gebruik van de kenmerken in het ruige landschap. Hoogtes en laagtes, kerktorens en enkele doorgaande wegen werden in zijn verslag uitvoerig beschreven.

Hij is geboren in 1792 te Kleef. In zijn jongere jaren werd hij bij de Franse overheersing tot de krijgsdienst gedwongen, vervolgens was hij flankeur bij de keizerlijke garde, nam deel aan de tocht naar Rusland en viel vervolgens in handen van de Kozakken. Hij verbleef in het grensgebied van Noordwest Rusland was onderofficier in het Russisch Duitse leger. Na de Franse overheersing vertrok hij naar zijn geboortestad Kleef en vervolgensging hij wonen in Noordwest Duitsland. Vandaar vertrok hij en ging hij naar het Nederlandse leger in Kampen. Van 1842 tot 1864 woonde hij op eengroot landgoed vlak bij de Woldberg in de gemeente Elburg. In 1844 beschreef HaasloopWerner”Eenentrogt langs de Wolbergen” welke wij hieronder verkort weergeven.

Eenentrogt langs de Wolbergen

Eerlang bragt ons het voetpad, dat wij volgden, naar de Woldbergen,….

Hier worden door enkele bebouwde plekken verschil van landouwen aangeboden, waar enkele ingekrompenebosschen, aan onze rechterzijde gelegen, ons het van ouds bekende Molenkate vertoonden,…..

Bij het verder rondzwerven door deze onafzienbare heide, bereikten wij de hoogte, van waar wij, na verloop van een uur, aan onze regter zijde de buurtschap Millingen en het MillingerSoerel in het gezigt kregen, welke gelegen is in het eertijds genoemde Henckemuden veld, onder Hollanderbroek thans Oldebroek,…

Deze broekachtige streek deed mij denken of ook hier soms de grensscheiding tusschen de Kleine Brukteren en de Friesen, welke ten oosten der tegenwoordige Zuiderzee woonden, zou kunnen geweest zijn?……

Dit vermoeden werd bij mij zooveel te waarschijnlijker, door het vinden van eenengrooten steen, in de zoogenaamdeWolfskamertusschen de RiegeDunen (Duinenrij?) en het Achterste, aan den westelijken voet der Woldbergen achter de Lapstreek (Lapidum streek?).
Deze steen, eene gewone keisoort van grijsachtige kleur, staat omtrent 2½ Amst. voet boven den grond, is 3 voet breed en omtrent 2½ voet dik, is met de langste zijden van het zuiden naar het noorden gekeerd.

Op eenen afstand van omtrent 300 passen (nabij den Veldweg naar de Delle leidende) bevindt zich eene waterbron, in welker nabijheid wij van alle zijden kudden zagen weiden, onder bescherming van jonge knapen, die welgemoed aan de boorden van den waterkom hun koud middagmaal verteerden.
Met deze overdenkingen zwanger, waren wij op onze wandeling gevorderd, tot op eene zandvlakte aan den voet der Woldbergen, waaromtrent men ook nogmaals eene plaats onder de benaming van de Wolfskamer, aantreft, van welk gedeelte, de overlevering thans nog van mond tot mond gaat, “dat hier in oude tijden, reuzen woonden, die den Woldberg opgekruid hebben; toen zij daarmede bezig waren zwierf een reus door de zandvlakte, alwaar hij zijne beide schoenen uitschudde, waardoor de aldaar gelegene beide bergketenen, de voorste en de achterste Hull genaamd, hun aanwezen zouden te danken hebben,” in welke zandvlakte hier en daar een heide heuvel verspreid ligt, onder de benaming van de Kruijenberg, de Pluisberg en de Broodberg en men bij iedere schrede bijna de helft in het mulle zand terug zakt.

Zoo klommen wij van hoogte tot hoogte, tot wij, tusschen de beide Hullen, een effen heideveld betraden van omtrent honderd schreden breed, langs welks zomen de beide Hullen, als muren ter regter- en linkerzijde liggen opgetrokken.

Hier vonden wij den hier zoo algemeen bekenden Grooten Steen, de Reuze Pinke, in de wandeling ook RiesePinke of GriezePinke genaamd. Deze steen heeft eene bijna vierkante gedaante, is 5 Amsterd. voeten lang, 4½ voet breed en omtrent 2½ voet boven den grond uitstekende.
Is deze steen een offertafel geweest?
Zijne ligging is geschikt daarvoor. Die geschiktheid wordt vermeerderd door een ruim watervlak, de Veenen genaamd, hetwelk wederom omtrent 300 passen van daar in het Noordwesten gelegen is.
Of heeft dezelve als Terminus (zooals de voormelde onder Oldebroek gelegen) gediend?
Of zijn het cyppen of ruststeenen en mijlpalen, welke hier liggen?


Dan hier onze schreden meer Noordwaarts wendende kwamen wij na een vierde uur gaans op de bekende en merkwaardige vlakte, het Harde genaamd,op welke heidevlakte in 1837 door den landbouwer H.R. Sneller, in de buurtschap Apoldaere-loe (thans Aperloo), bij het ontginnen der woeste heide op omtrent 3 voet onder den grond is ontdekt een eind, behoorlijk met keisteenen geplaveide straatweg…..Deze vlakte, het Harde genaamd, wordt ten Noorden begrensd door den Hoksberg,…

Van hier keerden wij wederom naar de Reuze Pinke terug en onzen weg vervolgende (indien men de heidestrook tusschen de beide Hullen eenen weg mag noemen) vonden wij op omtrent 1000 passen verder, onder de buurtschap Westen te danken heeft, op dezelfde plaats, waar Hertog Reinald in het laatste der 14de eeuw zich meermalen met de jagt vermaakte en eene keet had opgeslagen, zoo voor zijne honden en paarden als hij ter jagt ging, als ook voor de menschen, om voor regen en groote hitte daarin te schuilen. Deze hut is daarna het Suiren genaamd, en naderhand in Soerel veranderd, gelegen aan den driesprong der groote veldwegen van Elburg, Nunspeet en Epe op Gortel, Niersen en Apeldoorn,…. Alsmede is hier ook de plaats, waar men op gezette tijden jaarlijks van heinde en ver de Veluwsche lammeren en schapen aanbrengt, om dezelve den kooplustigen aan te bieden, welke schapenmarkt over de geheele Veluwe vermaard is.

Zoektocht naar keien

Voor diegene die nieuwsgierig is geworden naar het verhaal achter de keienreeks, duiken wellicht vele vragen op. Men kan zich afvragen in hoeverre dit verhaal objectief is enis de lijn werkelijk op de kerktoren van Nunspeet gericht. Wat is er van de keienreeks over en zijn de keien in deze structuur in het landschap geplaatst.

Voor al deze vragen is onderzoek nodig want het woeste landschap is na 1844 totaal veranderd door ontginningen en nieuwe wegen.Grote zwerfkeien zijn in het natuurgebied van de Noord Veluwe vrijwel niet meer te vinden. Wat wel opvalt zijn de grote keien bij opritten, parken en tuinen aan de rand van dit natuurgebied. Een groepje onderzoekerszette in 1980 het planop om de grote keien op de boerenerven en landgoederen in kaart te brengen en vervolgens navraag te doen naar hun herkomst. Ook werd het traject van de wandeling van Haasloop Werner op kaarten nader bestudeerd. Binnen het onderzoek wilde het team een antwoord op de vraag of de legendarische keienlijnheeft bestaan en of deze door de mens was aangelegd.Navraag bij grondbeheerders naar de herkomst van grote keien op hun erven en de vraag naar verdwenen grote keien op de vermeende locatie van de keienreeks leverden de benodigde gegevens op. Het onderzoek werd beperkt door een groot militair complex op de locatie van de keienreeks.Het resultaat van de navraag en veldonderzoek was dat de oorspronkelijke locatie van zes (verdwenen) grote keien vastgesteld konden worden.Daarbij zijn drie grote keien teruggevonden. Deze liggen respectievelijk bij een oprit, in een tuin bij Doornspijk en in een planzoen midden in het dorp Doornspijk.

De Doornspijkse kei

De kei in Doornspijk blijkt bij navraag gevonden te zijn vóór 1967, bij de aanleg van de snelweg A28 op de hoogte van de Kraaienberg bij ‘t Harde. De locatie, de afmeting en de vierkante vorm komen met de beschrijving van Haasloop Werner overeen.

De Doornspijkse kei is zeer waarschijnlijk de legendarische Reuze Pinke, wat betekend Groot Kalf.De kei is behoorlijk groot, mogelijk de grootste van de reeks. Haasloop Werner gebruikte de Amsterdamse voet als grove maat om de Reuze Pinke te meten. Omgerekend is dit ongeveer 0,7m boven de grond, 1,4m lang en 1,3m breed. De Doornspijkse kei is ongeveer 1,7m hoog, 1,7m lang en 1,5m breed.

De Doornspijkse kei is 1,7 m. hoog.

aanzicht met verticaal gletsjer krassen.

Zeventien  jaarna hetonderzoek werd een vervolgonderzoek ingezet. De onbekende kei t´GriezePinke (het Grijze Kalfje)moet volgens de beschrijving van Haasloop Werner nabij Oldebroek liggen. Een advertentie werd geplaatst in een tijdschrift met de oproep; Wie weet iets over de zwerfkei t´GriezePinkete Oldebroek. Vervolgens kwam daarop één reactie.

Een oudere dame schreef dat zij als kind van 1933 tot 1940 vlak bij de kei met de naamt´GriezePinke gewoond had.Het huis “Het Meezenbos”waarin zij woonde is in 1939 onteigend en in 1945 afgebroken. Zij stuurde een landkaart met een nauwkeurige beschrijving van de kei. Het deel wat boven de grond uitstak was volgens haar indrukwekkend. Zij kon er met een aantal kinderen op staan.Haar vader heeft geprobeerd de steen uit te graven maar hoe meer zand hij weg groef hoe breder de steen werd, zodat hij het maar heeft opgegeven. De kei t´GriezePinke was van 1844 tot 1940 nog een bekend gegeven.

De locatie van t´GriezePinke is door de reactie op de advertentienauwkeurig bekend geworden, waardoor een totale reconstructie van de keienlijn mogelijk is geworden waarover Haasloop Werner schrijft. Uit de onderlinge ligging van de keien blijkt dat zes keien ruwweg op één lijn liggen.Daarbij ligt de kerktoren van Nunspeet aan het einde. De verst afgelegen kei t´GriezePinke valt duidelijk buiten de lijn.

Keileemen keien

Geologisch liggen alle zeven keien in een grondmorene.Een grondmorene is het door gletsjers getransporteerde puin, een mengsel van klei, zand, grind.

Dit mengsel is onder het landijs van de voorlaatste ijstijd afgezet in een smalle strook aan de voet van de Woldberg. De keileem die wij hier vinden heeft een breedte van ca. 2 km en een lengte van ca. 30 km en een dikte van ongeveer twee meter.

Voorbeelden van keileem vinden wij in Gaasterland, Vollenhove, Havelterberg, Schokland,Urk, Wieringen en Texel.

In de keileem worden vaak grote zwerfkeien aangetroffen. Bekende keienvelden zijn onder andere De Zandkoele bijVollenhove en het Van der Lijn reservaat bij Schokland.Sommige keien op de Noordwest Veluwe vertonen aan de oppervlak evenwijdige krassen enslijpsporen uit de periode van het transport over de bodem in de voorlaatste IJstijd van Scandinavië naar de Veluwe.In de laatste ijstijd is de grondmorene op de Noordwest Veluwe bedekt geraakt door dekzanden. Later is dit zand opnieuw verstoven waardoor op sommige plaatsen de harde grondmorene aan de oppervlakte kwam te liggen. Daardoor werden ook vele keien zichtbaar in het landschap. Het lijnenpatroon van de keien komt overeen met de langgerekte smalle strook keileem aan de voet van de Woldberg.

Rode lijn – A35

Geel – Stuifzand

Oranje – Grondmorene

Groene punt – Kerktoren Nunspeet

Rode punt- Locatie van grote kei

Bewoners en keien

Archeologisch liggen de grote keien in een vroeg bewoningsgebied van jagers en eerste boeren. Soms worden grote keien aangetroffen binnen het leefgebied van vroege bewoners.

Een direct verband tussen de bewoning en de locatie van de keien op de Noord Veluwe istot op heden niet gevonden.Historisch  is het opmerkelijk dat twee van de zeven grote keien een naam hebben en dat juist deze twee keien bij oude doorgaande wegen lagen. t´GriezePinke lag bij de weg tussen Elburg en Deventer en Reuze Pinke lag bij de weg tussen Elburg en Arnhem.De keien waren wellicht bakens voor de reizigers in dit uitgestrekte woeste landschap.

Wat nu overblijft zijn de geologische monumenten uit de ijstijd.  Monumentale keien, die na een transport van ruim 800 km achtergelaten zijn in een opmerkelijke formatie aan de voet van de Wolberg. Keien die vervolgens door de mens verplaatst zijn naar tuinen, parken en opritten.

De monumentale keienlijn van Haasloop Werner is niet het werk van mensen maar ontstaan door natuurlijke geologische processen in de voorlaatste IJstijd. De Doornspijkse Kei als onderdeel van de keienlijnmoest het veld ruimen na ca. 10 eeuwen dienst gedaan te hebben als baken op de weg Arnhem/Elburg. Voor de moderne snelweg de A28 was hij een groot obstakel. De legendarische kei met een gewicht van ruim 8 ton werd verplaatst en bevindt zich nu in het centrum van Doornspijk.

Locaties, de coördinaten geven de plaats van de keien bij benadering weer.

Literatuur

Boer de, J.L., 1954, Noord Veluwse Vertellingen en Geheimnissen, Zwerfstenen No.1, J.A. Boom & Zoon, uitgevers, Meppel.

Haasloop Werner, J., 1844, Opmerkingen op eenentogt van Elburg door Hattem, langs de Woldbergen, Oldebroek, Doornspijk en Nunspeet, Geldersche Volkalmanak.

Geologische kaart van Nederland, 1932, Schaal 1:50.000, 27 Hattem, Kwartblad 1 en 2, Topografische dienst, s´Gravenhage.

Luchtfoto; ©2009 Tele Atlas, Image©2009 Aerodata International Surveys, ©2009 Google.