Verkenning van een mesolithisch jagerskamp in De Zoom, Gemeente Elburg

C.A. van Baarle

Inleiding

In de vijftigerjaren van de vorige eeuw werden in de zandverstuivingen langs de Noordwest Veluwe tijdens de ontginningen vele honderden zeer kleine vuursteen prehistorische werktuigen gevonden. Een archeologische vindplaatsen word site genoemd. Bij nader onderzoek werpt zij licht op de bewoning van Nederland tijdens het Mesolithicum.

De sites in de zandverstuivingen tussen Hattem en Harderwijk kregen in de eerste helft van de vorige eeuw veel belangstelling. Het Hulsthorsterzand was met zijn drieënvijftig kleine sites de bekendste Nederlandse vindplaats van mesolithische werktuigen.

De gevonden vuursteenwerktuigen worden microlieten genoemd, micro is klein en lithos is steen.

De zandverstuivingen zijn in het algemeen minder aantrekkelijk voor archeologisch onderzoek doordat in het stuifzand geen stratigrafisch primaire in-situ’s te verwachten zijn. De oorspronkelijke verbanden, tussen de artefacten onderling en het terrein zijn moeilijk te leggen. 

In de zestiger jaren van de vorige eeuw werd geleidelijk aan de aandacht getrokken naar het lagere en aangrenzende deel: de inpoldering van de Zuiderzee.

Geconserveerde en beschermde sites

Bij het graven van sloten en kanalen in de Flevopolder werden tal van vondsten gedaan. Goed geconserveerde archeologische sporen werden onder een laag klei en veen gevonden.    

Archeologische opgravingen in de Flevopolder brachten niet alleen vuursteenwerktuigen maar ook resten van nederzettingen, begraafplaatsen en akkers van de eerste landbouwers in Noord- en West- Nederland aan het licht.  

In de prehistorie was dit een moerasgebied te vergelijken met de Biesbosch en de Oostvaardersplassen. Een landschap met kreken en oeverwallen.

Het moeraslandschap in de Steentijd was een ideaal jachtterrein voor de prehistorische mens. Dit moerasgebied werd begrensd door een getijdengebied aan de westzijde en aan de oostzijde werd het begrensd door de hogere zandgronden van de Veluwe.    

Voor de archeologen is dit voormalige moerasgebied een rijke archeologische regio.  Met recht zijn drie sites met de naam Swifterbandcultuur in de polder sinds april 2017 bescherm als rijksmonument.

Binnen de wetenschap van de archeologie is door opgravingen veel kennis verzameld over de periode van de mens als jager verzamelaar en het begin van de landbouw.

Er zijn echter ook nog tal van vragen. Een van die vragen is de culturele eenheid.

In hoeverre strekt zich de sociale- en economische eenheid van dit gebied zich uit naar de hogere zandgronden.   

De Flevopolder en de Noordwest Veluwe. De rode stippen zijn de mesolithische sites

Hattemerbroek, Wezep, Kampen, Swifterbant, Oldebroek, De Zoom, Hulshorst, Beekhuizerzand en de Stichtse Brug vanuit het Noordwesten gezien.

Om deze vragen te beantwoorden stuit men op tal van archeologische beperkingen. Met name binnen de randzone van het onderzoeksgebied.

Ten eerste; de meeste sites in de randzone liggen in verstoven gebied. De vondsten liggen daardoor veelal niet meer op hun oude locatie.

Ten tweede de conservering van de sites in de randzone is zeer gering.

Veel van de archeologische informatie is daardoor verloren gegaan.

Vondsten in de randzone

Haardkuil bij Oldebroek gevonden tijdens de ruilverkaveling in de slootkant

(co. 187,50×497,50).  Foto: J. van het IJssel

Kenmerkend voor de randzone zijn de archeologische sporen van haardkuilen en bewerkt vuursteen.

Voor het onbewerkte- en bewerkte vuursteen is een onderscheid te maken per terreindeel.

Het landschap tussen de polder en de hogere zandgronden is te verdelen in drie opeenvolgende terreinen.

Een vlak tot golvend terrein, een vlak tot geaccidenteerd terrein en een zwak tot sterk hellend terrein.

Elk terrein heeft daarbij zijn eigen archeologische karakteristieken. De mogelijkheid van winning, transport en bewerking van vuursteen worden hierin onderscheiden.

In het vlak tot golvend terrein, bevind zich van nature weinig of geen vuursteen. Het vuursteen is voornamelijk aangevoerd.

Vondsten op de dekzandruggen geven aan dat hier halffabricaten tot artefacten werden bewerkt.

Bijvoorbeeld op een dekzandrug tussen Wezep en Kampen, Baarle van, C.A., 1993.

En op de dekzandrug tussen Wessingen en ´t Harde, RAAP RAPORT 2218.

Bij het vlak tot geaccidenteerd terrein, in het stuifzandgebied vinden wij naast de gemodificeerde artefacten grote hoeveelheden vuursteen afslagen.

Bijvoorbeeld in het zandverstuivingsgebied bij Hulshorst.    

Walet,W, en Wouters,A., 1993.

In het zwak tot sterk hellend terrein, bevinden zich van nature grote concentraties vuursteen. Daarbij zijn ook bewerkte vuurstenen aangetroffen.

Bijvoorbeeld op de Vuursteenberg te Hattem.

Archeologische inspectie in De Zoom

1952

Bij een archeologische inspectie in 1952 zijn drie sites uit het Mesolithicum in het stuifzand van De Zoom gevonden, beschreven in RAAP RAPORT 2218.

De archeologische inspectie van 1952 in de Zoom is summier weergegeven.

De sites 18,19 en 20 worden aangeduid als complex: vuursteenbewerking.

Van site 18 is de locatie niet bekend.

Bij een grote graniet van 1m doorsnede en ongeveer 50 cm hoog werd 132 stuks vuursteenafval gevonden.

De locatie van site 19 en 20 zijn ongeveer bekend, Bij site 19 zijn brede trapezevormige artefacten gevonden, (Tardenoisien III of IV).

Veldverkenning in De Zoom

1994-1995

De aanleiding van de veldverkenning in 1994-1995 was de vraag naar meer archeologische informatie rond de drie sites en het landschap.

Het landschap van De Zoom heeft geografisch veel te bieden.

De laag van het verstoven zand is hier vrij dun. Aan de oppervlakte zijn diverse grondlagen zichtbaar. Leem en veen komen naast het dekzand voor. Het terrein heeft een hoge grondwaterstand. Het terrein in De Zoom bied mogelijkheden voor een archeologische verkenning en oppervlakte kartering.

Ligging van het gebied

Het terrein ligt ten zuiden van Doornspijk in de gemeente Elburg.

Het gebied omvat de zandverstuiving de Zoom, en beslaat een oppervlakte van

ruim 40 ha. Coördinaten; 186.000/490.000.

Archeologie; Het gebied is als vindplaats van mesolithische artefacten sinds het midden van de vorige eeuw bekend.

Geologie; Formatie van Boxtel, met dek van Laagpakket van Wierden.

De formatie van Boxtel bevat zeer uiteenlopende afzettingen uit de periode van de laatste twee ijstijden, het Saalien en het Weichselein. De formatie van Boxtel wordt gekenmerkt door fijn zand en leem. De afzettingen zijn gevormd door lokale processen aan de rand van het ijzige gebied.

Het dek van Laagpaket van Wierden wordt gekenmerkt door fijn tot matig grof zand afkomstig uit de laatste glaciale periode, het Weichselein.

Doel van de veldverkenning

Het doel van de veldverkenning is om duidelijkheid te verschaffen over de bodemopbouw en de relatie van archeologische waardevolle lagen. Daarnaast om een beeld te krijgen van de functie van de site en de ligging in het landschap.

Werkwijze

Het terrein is verkend in 1994-1995 door enkele leden van de archeologische werkgroep uit Oldebroek en Elburg.

Het terrein is verkend op de vorming van de bodem en de verandering daar in.

Van de zandverstuiving De Zoom is vervolgens een oppervlaktekartering gemaakt.

Met behulp van een waterpasinstrument is een hoogte meting gemaakt van een lemige depressie in het centrum van het terrein.

Het oppervlak van het terrein werd geanalyseerd op fysisch- geografische kenmerken.

Geologie en bodem

De Zoom is  gelegen op de hoge rand van een dekzandgebied vlakbij een stuwwal. Het dekzand heeft een glooiend oppervlak en wordt aan de oostzijde begrensd door de stuwwal en aan de westzijde begrensd door lagere gronden

Het dekzandgebied heeft meerdere dekzandruggen die van het noodoosten naar het zuidwesten verlopen. Tussen deze ruggen en langs de kust van de voormalige Zuiderzee vindt men veen.

Dit veen is op sommige plaatsen overdekt met jonge zee klei. Aan de hoge kant van dit dekzandgebied langs de stuwwal bevinden zich uitgestrekte zandverstuivingen. De verstuivingen zijn voornamelijk ontstaan in de Vroege Middeleeuwen.

Het dekzandgebied is opgebouwd met meerdere dekzanden. De dekzanden zijn afgezet in verschillende fasen van de laatste ijstijd, het Weichselein. Tijdens het koudste deel van het Weichselein werden buiten de dalen van de rivieren sedimenten door smeltwater afgezet. Deze afzettingen kenmerken zich door grind en leemlaagjes. In de laatste fase van deze ijstijd werden sedimenten afgezet door de wind. Deze afzettingen bestaan uit matig fijn, goed gesorteerd zand. Dit pakket word het Laagpakket van Wierden genoemd.

Het opnieuw verstuiven van de bodem in de Middeleeuwen was het gevolg van verstoring van vegetatie door de mens.

Met name het bovenste dekzand, het Laagpakket van Wierden op de rand van het dekzandgebied en de stuwwal zijn uitgestoven en over stoven. Deze stuifzanden vormen het Laagpakket van Kootwijk.

De stuifgebieden bestaan uit fijne en kalk- en leemarme zanden.

Door het uitstuiven in de randzone van het dekzandgebied zijn ook oudere lagen uit de voorlaatste ijstijd te voorschijn gekomen. Het gaat hierbij om een grondmorene, materiaal wat tijdens de voorlaatste ijstijd meegevoerd werd uit het noorden van Europa en dat na de ijsbedekking, na het wegsmelten van het ijs overbleef op de stuwwal. Deze grondmorene bestaat uit keileem en zwerfstenen. Enkele zwerfstenen die op de stuwwal in deze grondmorene achterbleven zijn vrij groot.

Deze grote zwerfstenen afkomstig uit het noorden hebben soms duidelijke sporen van het schuren en slijpen van het omliggende materiaal tijdens het ijstransport.

Vele van deze zwerfstenen, gelegen aan de voet van de stuwwal zijn tijdens de ontginning van deze gebieden getransporteerd naar de bewoonde gebieden. Zij staan nu als monument in tuin en plantsoen. Eén van de grootste zwerfstenen is geplaatst in een gemeentelijk plantsoen in het centrum van Doornspijk. Deze ´Doornspijkse kei´ is gevonden bij de aanleg van de snelweg A28 nabij de Kraaienberg.

Foto 1, Doornspijkse kei,

hoog ca. 1.70m.

Foto 2, kei in Hulshorst,

hoog ca. 1.70m.

Archeologische waarden

De archeologische waarde van De Zoom word met name bepaald door de mate van conservering van de grondlagen waar in de Steentijd artefacten gevonden worden. Daarnaast word de waarde bepaald door de mate van verstoring van de grondlagen.    

Een opmerkelijke gegeven is dat in het noordwesten van De Zoom op geringe diepte veen onder het dekzand voor komt. Verder is het grondwater langs de noordrand van het stuifzand op geringe diepte aanwezig wat voor de conservering van archeologische relicten gunstig is. Het inventariserend veldonderzoek geeft verder duidelijkheid omtrent de archeologische waarde van dit terrein.

Historische gegevens

De Zoom, werd volgens de kaart van Johan de Vos uit 1648 Het Sant genoemd. Deze uitgestrekte zantverstuivingen lagen aan de voet van de stuwwal de Wolberh, nu genaamd de Woldberg. In 1867 word naast De Zanden ook de Zoom genoemd. De Zoom ligt op de grens van de hogere gronden. De hogere gronden waren vroeger van de landsheer ook wel Herenkamer of Rekenkamervelden genoemd. De boeren van de naburige nederzettingen konden op deze gronden geen eigendomsrechten laten gelden, wel gebruiksrechten. Dit gebeurde door het weiden van schapen en hoornvee en het halen van strooisel, plaggen en brandhout. Dit gebruik werd voor het met kreupelhout en met heide begroeide schrale grond desastreus. De natuurlijke begroeiing werd op vele plaatsen vernietigd  zodat uitgestrekte stuifzandgebieden ontstonden. De Zoom is thans een ruig stuk Veluwe zorgvuldig beheerd door Het Gelders Landschap. Het stuifzand is omgeven door dennenbossen, heidevelden en een paar kampen bouwland.

Meertje

De naam Badweg bij de Zoom herinnert aan een verdwenen meer in het stuifzand bij Landgoed de Haere. Na de ontginning van het stuifzandgebied, in het begin van de 20e eeuw lag het meer aan de rand van het bosgebied.

Met de verandering in 1925 van het bosgebied naar recreatie gebied De Haere werd het nabij gelegen meer in het stuifzand aangeprezen als zwemwater.

Impressie van Landgoed De Haere in 1925 met aangegeven het Bad gezien van uit het noorden. Bron: P.Veen

Molenbeek

Aan de westzijde van het verkenningsgebied ligt het oorspronkelijke brongebied van de Molenbeek. De Molenbeek is een oude waterloop. Deze voert het water van de nabij gelegen Woldberg, westwaarts langs de dekzandrug van Wessinge naar het Veluwemeer. Zie: Veen, P., en Leeflang, L., 2011.

Ontwikkelingsfasen van de zandverstuiving
Op gedetailleerde kaarten van 1855 tot heden is te zien dat de Noordwest Veluwse zandverstuivingen verschillende ontwikkelingsfasen doorlopen.  Daarbij behoren bepaalde verschijningsvormen zoals stuifvlakten en stuifduinen. Tot 1932 waren er op de zoom meer stuifduinen en van af 1960 is te zien dat het gebied meer stuifvlakten krijgt.

Binnen de Zoom is thans een driedeling te maken: Het uitstuivingsgebied in het midden.

Het doorstuivingsgebied hier omheen. Het instuivingsgebied aan de noord en oost zijde langs de bosrand.

uitstuivingsgebied

doorstuivingsgebied

instuivingsgebied

Het uitstuivingsgebied is een uitgestoven laagte of vlakte waar geen zand meer vandaan waait, bijv. doordat de verstuifbare zandvoorraad op is. In deze laagte treffen wij wit grind, leem en of nat jong voedselarm dekzand aan dit doordat het grondwater peil is bereikt.

Het woord jong geeft aan dat bodemvormende processen er geen invloed op hebben gehad. Dit jonge dekzand is wit van kleur.

Het doorstuivingsgebied is het gebied waar zowel overstuiving met dekzand als uitstuiving van stuifzand plaats vindt. Actief en opgestoven stuifzand bevat een kleine hoeveelheid organisch materiaal en is geel van kleur. In dit gebied vinden wij een donkere laag deze behoort bodemkundig niet tot de bovenliggende duinvaaggrond, maar tot de onderliggende podzolgrond in dekzand.

Het instuivings- of accumulatiegebied is het gebied waar het stuifzand wordt ingevangen en tot rust komt. Het zand is eveneens geel van kleur.

Vuursteenartefacten

Veldkartering:          1 instuiving 2 doorstuiving 3 uitstuiving 4 meer 5 zwarte grond 6 vuursteen met retouche 7 vuursteen afslag

Van de 71 gevonden artefacten zijn 82 % als vuursteen afslag herkend.

Van dertien artefacten met gebruiksretouche zijn drie B-spitsen, één D-spits, vier trappeziums, één gelijkbenige driehoek, één driehoekig afgeknot rugmesje, één transversaalspits en één afslag met retouche herkend.

Vele van deze microlithen zullen deel uitgemaakt hebben van samengestelde werktuigen. Zoals weerhaken aan harpoenen of als pijlspitsen.

Verder is één grote pijlpunt gevonden.

Negen van deze artefacten met gebruiksretouche komen uit het uitstuivingsgebied en vier artefacten met gebruiksretouche komen uit het doorstuivingsgebied.

Drie B spitsen L03-A01-B03

Vier trapeziums L06-E207-N01-M01

Gelijkbenige driehoek L07

Driehoekig afgeknot rugmesje C02

Transversaalspits L01                                vuursteen pijlpunt E101

Datering

Het spitstype B dat in het Mesoliticum gedateerd word, werd ook al in het voorgaande Laat-Paleolithicum gemaakt.

Trapeziumvormige pijlpunten zijn niet exclusief mesolithisch. Ze werden ook later tot ver in het Neolithicum gemaakt.

Vuurstenen pijlpunten met een brede snijdende punt de zogenaamde Transversaalspits werd niet allen bij de mesolitische jagers gebruikt,  maar ook later in het Neolithicum en de Vroege Bronstijd.

De grote pijlpunt E101 dateert uit het Laat Neolithicum.

Waterpassing

Bij de locatie A en E komt een lemige bodem voor.

De lemige bodem op de locatie E komt overeen met de locatie van het Bad uit 1925 aan de Badweg. Op deze lemige bodem in de zandverstuiving is een hoogte meting gemaakt. De dalhelling is gering, 1:100. Het gaat hierbij om een dal die ongeveer dertig meter breed is. In het zuidwest is het dal later met stuifzand ingestoven.

De bodem

Bodemprofiel van boven naar onder; 1 geel stuifzand waarin –artefacten-, 2 bruin, 3 grijs, 4 grijs/zwart, 5 grijs/zwart ijzerhoudend, 6 zwart podzolgrond, 7 oranje bruin, 8 geel fijn zand waar in –artefacten-, 9 Bij G en L wit zand en bij A en E bruin veen op leem, 10 wit fijn zand/leem, 11 grijs/wit grind, 12 wit zand.

Bodemprofiel met locatie artefacten

Conclusie veldonderzoek

De vuursteen artefacten in De Zoom komen in twee lagen voor.

(profiel 1) Het gele stuifzand

(profiel 8) De bovenlaag van het jong voedselarm dekzand.

Vele artefacten die zich oorspronkelijk in het jong voedselarme dekzand (profiel 8) bevonden zijn in recente tijd door uitblazing van de bovenliggende podzollaag (profiel 6) verstoven en terecht gekomen in het doorstuivingsgebied (profiel 1).

De oorspronkelijke locatie van de mesolithische sites is de bovenlaag van het jong voedselarm dekzand (profiel 8).

De veenlaag gelegen op de locatie A en E (profiel 9) geven samen met de oorspronkelijke sites (profiel 8) het beeld dat men naast een meer op een lage dekzandrug heeft gewoond.

De combinatie jagerskampen bij een meer zijn niet alleen in de Zoom aangetroffen ook in het Hulshorsterzand is deze combinatie waargenomen. Walet, B., en Wouters.

Reconstructie:    1 meer 2 duinrug 3 site 4 vuursteen met retouche 5 vuursteen afslag  

Conclusie vondstomstandigheden

Het jagerskamp in De Zoom bij Elburg is gelegen op een zandrug aan de oever van een meer en verder naar het westen in de nabijheid van een beekdal, (De Molenbeek).

Alleen de sites in het uitstuivingsgebied zijn relevant voor conclusies. De sites in dit gebied liggen het dichts bij hun oorspronkelijke locatie. 

In de sites bevinden zich diverse spitsen, trapezia en vuursteen afslagen.

De sites zijn gelegen op een lage zand rug naast een lemige laagte waarop zich een dun geërodeerd veendek bevind. In de laagte heeft een meer gelegen. Later in 1925 is dit meer het Bad genoemd.  De Badweg herinnert hier aan.

De sites geven de indruk van meerdere jagerskampen uit verschillende periodes aan de rand van een meer. In het jagerskamp werd vuursteen bewerkt.

De locatie werd gedurende een lange periode van de mens als jager verzamelaar en het begin van de landbouw periodiek bezocht.

De geografische ligging van het jagerskamp in De Zoom bij Elburg komt algemeen overeen met de ligging van mesolithische sites in Drenthe.

In Drenthe liggen de mesolithische sites voor 40% bij een beekdal, 20% langs een dalrand en 10% op hoger terrein vlak bij depressies. Stapert,D.,1984.

Reconstructie landschap in het Mesolithicum tussen getijdengebied in het westen en de stuwwal in het oosten.

Rode stippen: mesolithische sites. Rode pijl: Site De Zoom is gelegen aan de Molenbeek

Literatuur

Atlas van Nederland in het Holoceen, landschap en bewoning vanaf de laatste ijstijd tot nu, 2011, Amsterdam.

Baarle van, C.A., 2009, Handel en wandel op de Veluwe, Tussen prehistorie en historie, Zwolle.

Baarle van, C.A., 1993, Mesolithische vondsten uit Oldebroek en omgeving, Westerheem, XLII-4-1993.

Beuker, J.R., 1983, Vakmanschap in vuursteen, de vervaardiging en het gebruik van vuurstenen werktuigen in de prehistorie, Drents Museum Assen.

Bonhof, J, 1991, Elspeet en de Elspeters in de prehistorie, Nuwenspete, nummer 3, Nunspeet.

Stapert, D.,1984. Jagers en verzamelaars. J. Abrahamse et al, Het Drentse landschap. Zutphen, 26-31.

Peeters, H., Hogestijn, W-J., Holleman, T., 2004, De Swifterbant cultuur, Een nieuwe kijk op de aanloop naar voedselproductie, Abcoude.

RAAP-RAPPORT 2218, Archeologische monumentenzorg in de gemeente Elburg.

Veen, P., en Leeflang, L., 2011, Van Biesselse beek naar Molenbeek, de geschiedenis van een beek, De Mothoek, nummer 2, Nunspeet.

Walet, B., en Wouters, A., 1993., De Mesolithische vindplaats Hulshorst , Apan/Extern/1.

Zeiler, J.,T., 1997, Hunting, Fowling and stock-breeding at neolithic sites in the western and central Netherlands, ArchaeoBone, Groningen.

Zonneveld, J.I.S.,1987, Levend land, De Geografie van het Nederlandse landschap, Bohn, Scheltema & Holkema, Utrecht/ Antwerpen.

www.handelenwandelopdeveluwe.nl