De eerste boeren van Gortel

Aan de rand van de hogere zandgronden van de Veluwe bij Epe ligt het plaatsje Gortel.  Uit archeologisch veldonderzoek blijkt dat deze plaats al eeuwenlang een bewoningsgeschiedenis heeft welke terug te voeren is naar de eerste landbouwers.

In het begin van de 20e eeuw is het heide gebied bij Gortel met de stoomploeg bewerkt. Vanwege het fraaie geaccentueerd terrein  is toen besloten geen dennen in te poten.

Het gebied is toen in verband met het gevaar op heide branden met brandgangen omgeven.

Van 1973 tot 1982 zijn periodiek archeologische veldverkenningen gedaan in de brandgangen.

Daarbij werden vele prehistorische aardewerkscherven en vuursteenwerktuigen gevonden.

In totaal zijn vijf prehistorische bewoningsplaatsen in kaart gebracht die dateren uit de periode van de Late Steentijd tot en met de Bronstijd.

Tegen het einde van de Midden Steentijd vinden wij de eerste aanwijzing voor akkerbouw op de Veluwe. De eerste boeren kwamen vanuit Noord-Duitsland en Zuid-ScandinaviĆ«  naar de Veluwe.

Ze maakten deel uit van de Trechterbekercultuur. Nederzettingen, grafveldjes en losse vondsten vormen nu de archeologische sporen van deze cultuur in het landschap.

De Trechterbekercultuur ontwikkelden kleine dorpjes aan de rand van vochtige beekdalen.

Hun nederzettingen hebben zich bevonden in het stroomgebied van de Leuvenumsebeek en verder aan beekdalen bij Ugchelen, Niersen en Gortel.

Langs de beekdalen  werd met stenen bijlen een open plek in het bos gekapt. De boeren bouwden hun boerderijen en hutten van hout en leem. Op het dak werd riet, stro of heide gelegd.

Door de aanleg van nederzettingen en akkers werd het landschap opener.

Een bewijs, van vroeg bewoning op de oevers zijn de fragmenten van ronde bakplaten gevonden in het Beekhuizerzand en bij het Uddelermeer.

Paalsporen van omheiningen zijn eveneens bij het Uddelermeer aangetroffen.

Deze paalsporen zouden omheining rond een nederzetting van de Trechterbekercultuur kunnen zijn geweest.

Naast de nederzetting rooide men het struikgewas en verbrandde het. De grond werd bewerkt en ingezaaid. De boeren van de Trechterbekercultuur kenden het gebruik van de eenvoudige ploeg, het eergetouw. Met het eergetouw, getrokken door ossen werd de bovengrond opengeritst.

Primitieve granen zoals gerst, Emmertarwe en Eenkoorn werd bij de nederzetting verbouwd.

Na een paar jaar was de grond niet meer vruchtbaar en werd de oogst minder. Dan werd een nieuw stuk bos in de nabijheid gekapt en afgebrand.

Naast akkerbouw hield men ook dieren zoals runderen, schapen, geiten en varkens. Het vee graasde op een afgebakend stuk grond bij de woning.  Naast het bedrijven van landbouw verzamelden de boeren vruchten, noten en knollen in het bos. Ook werd er gejaagd en gevist.

Het gebruiksaardewerk van de Trechterbekercultuur bestaat uit grote potten, ronde schalen, schouderpotten, trechterbekers, amforen, flessen en voetschalen.

De versiering van dit aardewerk is gevuld geweest met witte pasta.

Aardewerkscherven worden gevonden in de nederzettingen. Het oudste aardewerk is bij Elspeet aangetroffen.

Het meer complete aardewerk werd in eenvoudige grafkuilen bij het Uddelermeer en Ugchelen aangetroffen.

De boeren van de Trechterbekercultuur zijn vooral bekend van de bouw van de kolossale grafkelders; de hunebedden.

Op de Veluwe zijn echter weinig grote keien voorhanden om zulke indrukwekkende  graven op te richten.

De eerste boeren van Gortel vestigden zich in de luwte van een stuifzandrug aan het begin van de Smallertsebeek.  Op dit hoger gelegen terrein naast het beekdal was men verzekerd van water en vruchtbare grond.

Op vijf plaatsen in het lemige fijnkorrelige zand zijn tal van aardewerk scherven en vuursteenwerktuigen gevonden.

De gevonden artefacten geven een summier beeld van intensive bewoning aan de rand van het beekdal in de periode van de Trechterbekercultuur tot en met de Midden Bronstijd.

Het fraaie aardewerk van de Veluwse klokbeker en het latere versierde aardewerk van de vroege bronstijd vallen op. Het aardewerk van de Veluwse klokbeker heeft een kenmerkende geometrische versiering op een zorgvuldig afgewerkte buitenkant wat een zeer levendig effect geeft.

Daarnaast zijn verschillende vuursteen werktuigen gevonden, zoals pijlpunten, schrabbers en klingen.

Vlak bij de nederzetting zijn ook drie grafheuvels uit deze periode gevonden. Twee grafheuvels lagen op de stuifzandrug. Deze monumenten dienden niet alleen als begraafplaats maar hadden ook een belangrijke sociale functie. Binnen de boeren gemeenschap functioneerden de grafheuvels ook als symbool voor gebruiksrechten die men op een stuk grond wilde laten gelden.

Het terrein van de eerste boeren van Gortel is nu te bewonderen als een mooi heide terrein met een opvallende stuifzandrug. Wie verder kijkt ziet ook een dal voor deze rug, dit is het beekdal waar langs de eerst boeren zich vestigden.

Pas in de (vroege)middeleeuwen werd deze locatie opnieuw bewoond getuige het middeleeuwse aardewerk wat hier eveneens gevonden is. Het bereik van drinkwater en de vruchtbare bodem op deze locatie was de belangrijkste aantrekkingsbron. 

Literatuur

Sanden, van der, W., 1981, Beschrijving van de verzameling van C. A. van Baarle, Gelderse Archeologische Stichting.

Conse ctetur

an image

Lorem superscript dolor subscript amet, consectetuer adipiscing elit, test link. Nullam dignissim convallis est. Quisque aliquam. cite. Nunc iaculis suscipit dui. Nam sit amet sem. Aliquam libero nisi, imperdiet at, tincidunt nec, gravida vehicula, nisl.

Praesent mattis, massa quis luctus fermentum, turpis mi volutpat justo, eu volutpat enim diam eget metus. Maecenas ornare tortor. Donec sed tellus eget sapien fringilla nonummy. NBA Mauris a ante. Continue reading