Respect voor Zon, Maan en doden

zaterdag 21 november 2009 | 07:00 STENTOR Oud-Epenaar en amateur-archeoloog Cor van Baarle zocht al jaren eerder naar het ‘waarom’ van de grafheuvelreeks. In de recente heruitgave van zijn boek ‘Handel en wandel op de Veluwe’ draagt hij het bewijs aan voor zijn bevinding dat de grafheuvelbouwers zich oriënteerden op zon en maan. En daarmee is hij wetenschappers net een slag voor. Wat Van Baarle maar even zeggen wil: die prehistorische mens die zich als eerste voorgoed op de Veluwe vestigde, was geen halve wilde of domme jongen. Hij bezat kennis van de cyclus van zon en maan, ging respectvol om met zijn doden en eerbiedigde eeuwenlang de cultus van zijn voorouders. Behalve hun grafheuvels lieten die oudste bewoners van de Veluwe ook sporen van hun akkercomplexen na. Bij Vaassen en Schaveren. “Die prehistorische boer kwam uit Denemarken en Noord-Duitsland. Op zoek naar nieuwe gebieden kwam hij, zo’n 3400 jaar voor Christus, naar het noorden en oosten van Nederland,” weet Van Baarle over hen. “Ze vestigden zich op heel strategische plaatsen: in beekdalen waar water altijd gemakkelijk bereikbaar was. In Gortel was dat het begin van de Smallertsche Beek, in Niersen het begin van onder meer de Geelmolense Beek. Daar bouwden ze hun eerste nederzettingen. Later vestigden ze zich in het hele beekdal.” “Ze kwamen hier met iets heel nieuws: akkerbouw. Vóór hen hadden er alleen jager en verzamelaars op de Veluwe rondgezworven. Behalve akkerbouw bracht de prehistorische boer zijn cultus mee.” Daartoe behoorden zijn omgang met de doden. “Die werden begraven op een verafgelegen hoog punt, een bestaande heuvel of juist op een laag punt, langs het water nabij de nederzetting. Je ziet die relatie tussen hoog en laag in Denemarken en Duitsland, in Ierland en Wales, maar ook hier.” Anders dan nu was het landschap rondom de nederzettingen open heidegebied. De grafheuvelbouwers konden vanuit hun woonplek de hoger gelegen heuveltoppen in de verte zien liggen. “Toen de boeren die na hen kwamen hun doden begroeven in nieuwe grafheuvels tussen die twee uitersten, ontstond vanzelf een lijn.” Zo’n grafheuvellijn, de mooiste van Nederland, ligt tussen Epe en Niersen. Oorspronkelijk tussen het laaggelegen Schaveren (nabij de Smallertse Beek) en Niersen (de Galgenberg). En later aan beide zijden uitgebreid in dezelfde richting. Het is bijzonder dat de Grote Kerk in Epe precies in het verlengde ervan staat. “Dan ga je je afvragen: waarom loopt die lijn zo? In Denemarken zeggen ze: er liep een weg die nederzettingen met elkaar verbond en langs die weg werden de grafheuvels gelegd. Dat is hier ook toepasbaar; er zijn wel sporen van een prehistorische weg. Maar ik dacht: ik ga ook eens in Ierland kijken. Daar liggen enorme grafheuvels, met een gang erin naar de dodenkamer. Die gang is precies op een bepaalde zonnestand gericht. Ook de grafheuvelreeksen liggen daar georiënteerd op zon- en maanstanden.” “Die theorie heb ik losgelaten op de lijn Epe-Niersen. Met rekenprogramma’s vond ik dat de lijn op een bepaalde maanstand was gericht. De maan gaat net als de zon in het westen onder en heeft op de horizon een zuidelijkste en een noordelijkste punt van ondergang. Als je op het lage begin van de grafheuvellijn staat, is het zuidelijkste punt van maansondergang bij het hoogste punt op de lijn, de Galgenberg.” Van Baarle ging zich in sterrenkunde verdiepen. “Van sterrenkundigen leerde ik dat de volle maan in september oogstmaan heet. De oogstmaan is vooral op de breedtegraad tussen Parijs en Oslo een opvallend verschijnsel.” “Het meest duidelijk is dat verschijnsel te zien om de 18,6 jaar, wanneer de maan in zijn uiterste zuidelijke positie aan de horizon komt. In zo’n jaar komt de volle maan in septemder een aantal dagen achtereen kort na zonsondergang op. En dan kom je weer bij de archeologie. Bij die maan kon je ’s avonds en ’s nachts doorgaan met oogsten. ” Van Baarle kon van een kortere grafheuvelreeks vanaf Schaveren richting Vierhouten bepalen dat deze precies ligt in de richting van een heuvel aan de horizon (op de Gortelse Heide) waar de zon ondergaat op 21 maart en 21 september, het begin van de lente respectievelijk de herfst. Ook andere grafheuvellijnen onderzocht hij, maar eenzelfde keihard bewijs voor hun richting vond hij niet. “Het uiteindelijk verhaal is dat de alleroudste bewoners, het Trechterbekervolk, het lijnenspel op de Veluwe al heeft bepaald en zich daarbij oriënteerde op zon en maan.” Drieduizend jaar lang hielden vroege Veluwenaren zich bij hun begravingen aan die patronen. De Kerkstraat en Woesterweg aan de zuidkant van Epe ligt nog altijd langs die ene lijn. En de Grote Kerk dankt er dus wellicht zijn precieze plek aan.